Cultural Transmission and Artistic Exchanges in the Low Countries, 1572-1672

Mobility of artists, works of art and artistic knowledge

Summary for Non-Experts (in Dutch)

De opsplitsing van de Lage Landen in de zestiende eeuw en de definitieve afscheiding in 1830 hebben een slepend proces van concurrerende profilering tussen Vlaanderen en Nederland in beweging gezet die het zicht op de gedeelde beginsituatie vertroebeld hebben. Sinds heel kort lijkt daarin verandering te komen. Een katalysator is ongetwijfeld de politieke crisis in België en de aanhoudende onenigheden tussen Walen en Vlamingen. Een taalgevoelige solidariteit brengt Vlamingen en Nederlanders opnieuw dichter bij elkaar en geeft aanleiding tot reflectie over onderlinge verschillen en overeenkomsten. Heel relevant maar meestal genegeerd in maatschappelijke debatten is een bezinning op de historische fundamenten van de huidige mentaliteiten en omgangsvormen.

Eén van de sterktes van beide regio’s in internationaal perspectief is ongetwijfeld hun zin voor kunst en cultuur. Een blik op het verleden toont dat deze situatie het resultaat is van een lange geschiedenis die teruggaat tot de vroegmoderne tijd. In de zestiende en zeventiende eeuw bekleedden de Lage Landen een leidende positie in de visuele kunsten in termen van creativiteit en innovatie. Terwijl Vlaanderen de wereld veroverde met verbluffende wandtapijten en Rubensiaanse schilderijen, beleefden de Noordelijke Nederlanden hun Gouden Eeuw dankzij een ongeziene bloei van het geschilderde kabinetstuk en de gedrukte prent.

Dit onderzoeksproject wil deze ontwikkelingen bestuderen vanuit een frisse invalshoek die ingebed is in en voortbouwt op recent onderzoek op het vlak van de hedendaagse culturele industrieën, van de creatieve stad, van de rol van het gilde in de vroegmoderne tijden en vooral van kennisoverdracht. Door de artistieke uitwisselingen die plaatsgrepen tussen de Nederlandse Republiek en de Zuidelijke Nederlanden te bestuderen, willen we inzicht verkrijgen in de verspreiding van artistieke kennis en in de mechanismen van culturele transmissie. De centrale vraag van deze projectaanvraag luidt: Hoe, waarom en via welke kanalen vond culturele transmissie plaats in de Lage Landen tussen 1572 en 1672, en wat was de impact ervan op het (gedeelde) culturele erfgoed van beide gebieden?

Het project onderscheidt zich niet enkel door zijn actualiteitswaarde en zijn nieuwe visie op het culturele erfgoed van de Nederlanden in de vroegmoderne periode, maar ook door zijn inter- en multidisciplinaire aanpak. Zowel op theoretisch als op methodologisch vlak komen twee academische disciplines samen die gedurende lange tijd afzonderlijk opereerden bij de studie van de visuele kunsten. Het gaat hier meer in het bijzonder om kunstgeschiedenis en sociaal-economische geschiedenis. De samenstelling van het onderzoeksteam en de invulling van de deelprojecten verzekert deze benadering. Projecten 1 en 3 focussen op de kunstwerken, weliswaar vanuit verschillende invalshoeken. Project 1 (Mobiliteit van kunstwerken) onderzoekt de flow van objecten tussen beide regio’s en de reacties hierop van verzamelaars en kunstliefhebbers vanuit materieel-historisch perspectief. Grensgebieden zoals Zeeland vormden belangrijke transitzones waar menig kunstobject passeerde en sporen naliet. Een eerste steekproef in de tolboeken bewaard in het archief van Middelburg suggereert dat deze bron een totnogtoe ongeëxploreerde goudmijn voor commerciële uitwisselingen vormt. Project 3 (Mobiliteit van artistieke kennis) zoomt in op de kunstwerken vanuit een kunsthistorisch perspectief en bestudeert de artistieke dialoog tussen Haarlem en Antwerpen, twee creatieve steden bij uitstek, met de bedoeling te achterhalen hoe culturele transmissie leidde tot innovaties qua vorm, techniek, iconografie, stijl en formaat. Project 2(Mobiliteit van kunstenaars) verlegt de aandacht van de objecten naar de makers en analyseert de bijdrage van rondreizende en migrerende kunstenaars tot de cultuuroverdracht.

De gedachte leeft sterk dat personen vandaag de dag veel mobieler zijn dan in vroegere tijden, maar onmiddellijk na het uitbreken van de Tachtigjarige oorlog kwam een nooit geziene volksverhuizing van Zuid naar Noord op gang met verstrekkende gevolgen, ook op artistiek vlak. Het verkeer vanuit het Zuiden naar het Noorden werd weliswaar bemoeilijkt door de hoge tollen en de permanente gevaarsdreiging in de grensstreek, maar merkwaardig genoeg bleef ook in deze tijden van wederzijdse animositeit de artistieke wisselwerking tussen beide gebieden levendig. Met onderbreking van het Twaalfjarig bestand tussen 1609 en 1621, duurde deze burgeroorlog voort tot 1648. De vraag stelt zich hier welke de randvoorwaarden waren die veelvuldige en diepgaande culturele uitwisselingen mogelijk maakten, zelfs in tijd van oorlog?

Voor de beantwoording van deze en andere vragen kan het onderzoeksteam beschikken over een grote variëteit aan goed toegankelijke monumentale en geschreven bronnen, gaande van paspoort- en tolboeken over commerciële documenten en kunsttheoretische geschriften tot schilderijen, prenten en andere kunstwerken. Daarenboven is de laatste jaren een indrukwekkende hoeveelheid materiaal in de vorm van relationele databanken beschikbaar gekomen waarover we vrij kunnen beschikken.

De afzonderlijke onderzoeksprojecten hebben uiteenlopende invalshoeken maar completeren elkaar en grijpen ineen. De saamhorigheid van de onderdelen wordt daarenboven ondersteund en verzekerd door de synthese die de verschillende lijnen en resultaten van het onderzoek zal samenbrengen, het wezen van het gedeelde culturele erfgoed zal definiëren en de processen van culturele transmissie in de vroegmoderne Lage Landen in een Europees perspectief zal plaatsen.